BoCount Dynamics EDI Instellingen
Open de BoCount Dynamics EDI instellingen via de Tell Me zoekfunctie of via Alt+Q.
| Veld | Omschrijving |
|---|---|
| EDI Nr-reeks | Nr. reeks gebruikt voor de EDI berichten |
| Importeer EDI orders | Geeft aan of orders via EDI moeten geïmporteerd worden |
| XML-port import EDI orders | Geeft aan welke xmlport dient gebruikt te worden voor het importeren van de EDI verkooporders |
| Bestandstype import EDI orders | Geeft aan welk bestandstype de bestanden van EDI verkooporders hebben |
| Prefix bestandsnaam EDI orders | Geeft aan welke prefix bestanden van EDI verkooporders hebben |
| E-mail import EDI orders | Geeft aan naar welk e-mailadres de verwittiging omtrent import en fouten van EDI-verkooporders wordt gestuurd. |
| Exporteer EDI verzendingen | Geeft aan of verzendingen via EDI moeten worden geëxporteerd. |
| XML-port export EDI verzendingen | Geeft aan welke XML-port dient gebruikt te worden voor het exporteren van de EDI-verzendingen. |
| Bestandstype export EDI verzendingen | Geeft aan welk bestandstype de bestanden van EDI-verzendingen hebben. |
| E-mail export EDI verzendingen | Geeft aan naar welk e-mailadres de verwittiging omtrent export en fouten van EDI-verzendingen wordt gestuurd. |
| Exporteer EDI facturen | Geeft aan of verkoopfacturen en -creditnota's via EDI moeten worden geëxporteerd. |
| XML-port export EDI facturen | Geeft aan welke XML-port dient gebruikt te worden voor het exporteren van de EDI-verkoopfacturen. |
| XML-port export EDI creditnota | Geeft aan welke XML-port dient gebruikt te worden voor het exporteren van de EDI-verkoopcreditnota's. |
| Bestandstype export EDI facturen | Geeft aan welk bestandstype de bestanden van EDI-verkoopfacturen en -creditnota's hebben. |
| E-mail export EDI facturen | Geeft aan naar welk e-mailadres de verwittiging omtrent export en fouten van EDI-verkoopfacturen en -creditnota's wordt gestuurd. |
| Exporteer EDI orders | Geeft aan of inkooporders via EDI moeten worden geëxporteerd. |
| XML-port export EDI orders | Geeft aan welke XML-port dient gebruikt te worden voor het exporteren van de EDI-inkooporders. |
| Bestandstype export EDI orders | Geeft aan welk bestandstype de bestanden van EDI-inkooporders hebben. |
| E-mail export EDI orders | Geeft aan naar welk e-mailadres de verwittiging omtrent export en fouten van EDI-inkooporders wordt gestuurd. |
| Importeer EDI facturen | Geeft aan of inkoopfacturen via EDI moeten worden geïmporteerd. |
| XML-port import EDI facturen | Geeft aan welke XML-port dient gebruikt te worden voor het importeren van de EDI-inkoopfacturen. |
| Bestandstype import EDI facturen | Geeft aan welk bestandstype de bestanden van EDI-inkoopfacturen hebben. |
| Prefix bestandsnaam EDI facturen | Geeft aan welke prefix de bestanden van EDI-inkoopfacturen hebben. |
| E-mail import EDI facturen | Geeft aan naar welk e-mailadres de verwittiging omtrent import en fouten van EDI-inkoopfacturen wordt gestuurd. |
Bestanden
Als bestandlocatie wordt gebruik gemaakt van de CFL Root Folder, de basismap die wordt ingesteld in de BoCount Systeeminstellingen
De ontvangen EDI berichten worden verwacht in de subfolder EDI-IN.
De uitgaande EDI berichten worden geplaatst in de subfolder EDI-OUT.
Klantenkaart
Op de klantenkaart kan ingesteld worden dat voor een bepaalde klant de verkoopverzendingen (EDI DESADV) en/of verkoopfacturen (EDI Factuur) en/of creditnota's (EDI Creditnota) via EDI verstuurd kunnen worden. Indien de klant met EDI werkt, moet ook zijn GLN code aangevuld worden. Via Navigeren > Verzendadressen op de klantenkaart, kunnen voor die klant één of meerdere verzendadressen opgemaakt worden, waarbij telkens ook het GLN nummer van dat adres opgegeven dient te worden.
Leverancierskaart
Op de leverancierskaart kan ingesteld worden dat voor een bepaalde leverancier de inkooporders (EDI inkooporders) via EDI kunnen verstuurd worden.
Artikelkaart
Om met EDI te werken, moeten de juiste EAN-codes aan de artikelen gekoppeld worden, in functie van hun eenheidscode. Om de juiste artikelen te herkennen en de juiste hoeveelheden, kunnen in Business Central op meerdere plaatsen EAN-codes bijgehouden worden. Het systeem zal eerst op zoek gaan naar een juiste code in de identificaties, daarna in de artikelreferenties en als laatste in het artikel zelf. De gebruiker kan dus kiezen op welk niveau hij het liefst de EAN-codes bijhoudt.
Identificaties
Van op de artikelkaart kan je via de acties > Artikel > Identificaties de EAN-codes invullen. Dit telkens uitgedrukt in een bepaalde eenheid.
Artikelreferenties
Op de artikelkaart via Gerelateerd > Artikel > Artikelreferenties kunnen barcodes ingegeven worden. Artikelreferenties worden enerzijds gebruikt om artikelcodes en -omschrijvingen op te geven zoals ze bij de klant gekend zijn, maar ook om EAN-codes toe te kennen. Doe dit telkens ook weer in functie van de eenheidscode.
Artikel
Indien er op bovenstaande 2 niveaus geen EAN-code wordt gevonden, dan zal het systeem als laatste gaan kijken op de artikelkaart zelf. Daar kan het veld GTIN ingevuld worden met de EAN-code van het artikel. Let wel, deze EAN-code wordt dan uitgedrukt in de basiseenheid van het artikel.





