BoCount Dynamics EDI Instellingen
Open de BoCount Dynamics EDI instellingen via de Tell Me zoekfunctie of via Alt+Q.
| Veld | Omschrijving |
|---|---|
| EDI Nr-reeks | Nr. reeks gebruikt voor de EDI berichten |
| EDI Provider | Provider voor het ontvangen en versturen van de EDI-documenten. |
EDI Provider
C&W File
Indien als provider C&W File wordt gekozen, dan worden met bestanden gewerkt.
Als bestandlocatie wordt gebruik gemaakt van de CFL Root Folder, de basismap die wordt ingesteld in de BoCount Systeeminstellingen
De ontvangen EDI berichten worden verwacht in de subfolder EDI-IN.
De uitgaande EDI berichten worden geplaatst in de subfolder EDI-OUT.
U kan de import en verwerking van de bestanden automatiseren door de taakwachtrijposten die hiervoor zijn aangemaakt te plannen.
C&W API
Indien als provider C&W API wordt gekozen, dan worden de bestanden met C&W uitgewisseld via API.
U kan de verwerking van de bestanden automatiseren door de taakwachtrijpost die hiervoor is aangemaakt te plannen.
| Veld | Omschrijving |
|---|---|
| API Endpoint | Url van de C&W API. |
| API-sleutel | Sleutel voor de API. |
| OAuth2 Url | Url voor OAuth2 credentials. |
| OAuth2 gebruikersnaam | Gebruikersnaam voor OAuth2. |
| OAuth2 wachtwoord | Wachtwoord voor OAuth2. |
| OAuth2 module | Module voor OAuth2. |
| OAuth2 tenant-id | Tenant-id voor OAuth2. |
| Bearer token | Token voor de API. |
| Bearer token vervaldatum | Vervaldatum van het token. |
| Actie | Omschrijving |
|---|---|
| Bearer Token ophalen | Verkrijg een nieuwe Bearer token voor API toegang. |
Documentsoortinstellingen
De documentsoortinstellingen zijn de instellingen die gebruikt worden voor de verschillende EDI-documenten.
| Veld | Omschrijving |
|---|---|
| Documenttype | Documenttype van het EDI-document. |
| Richting | Richting van het EDI-document. |
| Actief | Geeft aan of de documentsoort actief is. |
| Documentsoort bericht | Documentsoort zoals vermeld in het EDI-document. |
| Bestandsextensie | Bestandsextensie van het EDI-document. |
| E-mail adres voor het versturen van meldingen omtrent de EDI-documenten. |
Klantenkaart
Op de klantenkaart kan ingesteld worden dat voor een bepaalde klant de verkoopverzendingen (EDI DESADV) en/of verkoopfacturen (EDI Factuur) en/of creditnota's (EDI Creditnota) via EDI verstuurd kunnen worden. Indien de klant met EDI werkt, moet ook zijn GLN code aangevuld worden. Via Navigeren > Verzendadressen op de klantenkaart, kunnen voor die klant één of meerdere verzendadressen opgemaakt worden, waarbij telkens ook het GLN nummer van dat adres opgegeven dient te worden.
Leverancierskaart
Op de leverancierskaart kan ingesteld worden dat voor een bepaalde leverancier de inkooporders (EDI inkooporders) via EDI kunnen verstuurd worden.
Artikelkaart
Om met EDI te werken, moeten de juiste EAN-codes aan de artikelen gekoppeld worden, in functie van hun eenheidscode. Om de juiste artikelen te herkennen en de juiste hoeveelheden, kunnen in Business Central op meerdere plaatsen EAN-codes bijgehouden worden. Het systeem zal eerst op zoek gaan naar een juiste code in de identificaties, daarna in de artikelreferenties en als laatste in het artikel zelf. De gebruiker kan dus kiezen op welk niveau hij het liefst de EAN-codes bijhoudt.
Identificaties
Van op de artikelkaart kan je via de acties > Artikel > Identificaties de EAN-codes invullen. Dit telkens uitgedrukt in een bepaalde eenheid.
Artikelreferenties
Op de artikelkaart via Gerelateerd > Artikel > Artikelreferenties kunnen barcodes ingegeven worden. Artikelreferenties worden enerzijds gebruikt om artikelcodes en -omschrijvingen op te geven zoals ze bij de klant gekend zijn, maar ook om EAN-codes toe te kennen. Doe dit telkens ook weer in functie van de eenheidscode.
Artikel
Indien er op bovenstaande 2 niveaus geen EAN-code wordt gevonden, dan zal het systeem als laatste gaan kijken op de artikelkaart zelf. Daar kan het veld GTIN ingevuld worden met de EAN-code van het artikel. Let wel, deze EAN-code wordt dan uitgedrukt in de basiseenheid van het artikel.
Verzendprofiel
Op het verzendprofiel kan ingesteld worden dat de EDI-documenten via EDI verzonden moeten worden.
Op het verzendprofiel wordt enkel globaal ingesteld dat het document via EDI verzonden moet worden, per document wordt dan steeds gekeken naar de klant/leverancier of deze ook effectief met EDI werkt.







